Werkdruk: een veelkoppig monster
Organisaties vragen me meestal pas om met ze mee te kijken als het al een tijdje niet lekker loopt en als ze maar niet boven tafel krijgen waar de schoen wringt. Logisch, want als alles goed gaat, hebben ze mij niet nodig, en als ze weten wat er aan de hand is, idem dito. Dan zijn ze mans genoeg om dat zelf aan te pakken.
Een van de problemen waarbij organisaties mij inschakelen is wanneer er sprake is van (te) hoge werkdruk en daaraan gerelateerde werkstress. Ze maken zich zorgen over de gevolgen daarvan. Terecht.
Die hoge werkdruk vertaalt zich bijvoorbeeld in teruglopende resultaten of in ontevredenheid van klanten of opdrachtgevers. Of in gedoe tussen medewerkers, die met een boog om elkaar heen lopen of ruzie maken. Soms is het gevoel van ‘samen de schouders eronder’ zoek. Iedereen loopt maar te rennen en er komt te weinig meer uit.
En op een gegeven moment haken mensen af. Soms mentaal, dan gaan ze als het ware innerlijk met pensioen. Soms worden mensen letterlijk ziek van het werk. Koppijn, stress, slecht slapen, in bed liggen malen, piekeren, een kort lontje hebben, moe en huilerig zijn, je alleen voelen staan, allemaal signalen die aangeven dat er echt wat mis is.
Werkplezier is in zo’n situatie ver te zoeken. Als buitenstaander voel je dat ook. Als je binnenkomt voel je als het ware een zware deken over het werk liggen. Zwaar in de zin van onvermogen om op eigen kracht het tij met elkaar te keren en het weer te laten stromen.
Werkdruk als veelkoppig monster
Wat komt er nou eigenlijk achter het begrip ‘werkdruk’ weg? Tijd om daar dieper in te duiken.
Wanneer mensen over werkdruk praten hebben ze de neiging om te focussen op de inhoud van het werk. Op de hoeveelheid, op hoe moeilijk of eentonig het werk is, op het tempo of op de emotionele belasting. Om vervolgens te concluderen dat het probleem in die inhoud zit en dat de oplossing daar dan ook is te vinden.
Voor een deel is dat ook zo. Maar het is niet het hele verhaal. Want wat maakt dat de een in vergelijkbare omstandigheden wél lekker aan het werk is terwijl de ander zich overbelast voelt en het niet meer ziet zitten?
Er zijn veel verschillende modellen en ideeën over werkdruk. De meeste experts zijn het erover eens dat werkdruk een veelkoppig monster is dat samenhangt met zowel individuele als organisatieaspecten.
In mijn manier van kijken en werken orden ik die aspecten in drie clusters:
- de ‘harde’ context van het werk: is duidelijk ‘waar we van zijn’? Wie zijn onze klanten en wat willen die eigenlijk van ons? Is het werk handig georganiseerd en stroomt het goed door? Zijn taken en verantwoordelijkheden goed belegd, is voor iedereen duidelijk wat wordt verwacht? Hoeveel regelruimte heb je om het werk op je eigen manier te doen?
- cultuuraspecten van het werk: hoe doen we het hier met elkaar, wat zijn onze waarden? Waar en hoe word je bij het werk betrokken? Op welke manier wordt er leiding gegeven, hoe pakken mensen hun eigen verantwoordelijkheid? Helpen en steunen we elkaar als collega’s?
- individuele, persoonsgebonden aspecten: hoe ben je gebakken? Waar zitten je kwaliteiten en valkuilen? Waar loop je warm voor? Hoe is het met je vakbekwaamheid en je leervermogen? Hoe gezond ben je, hoe ziet je werk-privébalans eruit?
Samenhang en dynamiek
Al die individuele en organisatieaspecten kunnen ieder voor zich bijdragen aan het ontstaan en ervaren van werkdruk en werkstress. Ze beïnvloeden elkaar ook nog eens een keer in een dynamisch, beweeglijk proces. Een paar voorbeelden daarvan:
- als je het even niet meer ziet zitten maar je gesteund voelt door je collega’s en leidinggevende, voel je je sneller weer in staat om mee te doen;
- als je in een sterk competitieve cultuur werkt, kun je uit angst om ‘de wedstrijd te verliezen’ te lang en te ver over je eigen grenzen heen gaan;
- als niet helder is wat er van je verwacht wordt, kun je de lat voor jezelf of je collega’s zomaar op de verkeerde hoogte leggen;
- als het lekker loopt in je privéleven kun je ook meer aan in je werk;
- als je steeds op een collega moet wachten om door te kunnen gaan met je eigen werk, raak je geïrriteerd door die collega terwijl je misschien beter kunt kijken naar de manier waarop het werk is georganiseerd.
Samen op onderzoek uit
Werkdruk is dus met recht een veelkoppig monster. Onderzoek en aanpak daarvan vraagt dan ook om verder te kijken dan de inhoud van het werk. Het vraagt om een geïntegreerde benadering waarbij je kijkt naar alle organisatie- en individuele aspecten en hoe die op elkaar inwerken.
Ik kies in mijn benadering niet voor een expertaanpak, maar voor onderzoek samen met alle betrokkenen, omdat dat zowel inhoudelijk als qua eigenaarschap het meeste oplevert. Je gaat echt samen aan het werk. Al eerder heb ik een blog geschreven over deze manier van lerend onderzoeken in het werk zelf.
Dit gezamenlijk onderzoek maakt duidelijk ‘waar het lek zit’. Het is actiegericht, zodat je meteen een vliegende start maakt met de aanpak. Daarbij liggen er verantwoordelijkheden op het bord van de organisatie en ook op het bord van het individu.
In mijn volgende blog beschrijf ik een casus rond werkdruk bij een organisatie die ik heb begeleid. Daarin beschrijf ik hoe ik het onderzoek samen met de betrokken heb gedaan, wat het hen aan inzichten heeft opgeleverd en wat er vervolgens mee is gebeurd.
Wil je deze blog automatisch in je inbox ontvangen? Meld je dan hier aan.