Pas op, redder van buiten!
Op een goede dag wordt er uit het niets een medewerker van buiten toegevoegd aan een team van een organisatie in het publieke domein. De teamleider had in een vorige werkkring met deze man samengewerkt en was erg van hem gecharmeerd. Er was geen vacature, maar de medewerkers kregen te horen dat het een buitenkansje was dat deze medewerker bij hen wilde komen werken. Een goudhaantje.
Voordat ze het wisten, zat de nieuwe medewerker standaard bij alle overleggen van het managementteam aan tafel, ook al was hij zelf geen teamleider. Het MT hing aan zijn lippen en betrok hem overal bij. Ook in de bijeenkomsten van zijn eigen team kreeg hij van de teamleider steeds het woord, hij werd geprezen, hem werd om advies gevraagd. De bijdrage van de zittende medewerkers werd niet meer gevraagd – en als ze die tóch gaven, werd die van tafel geveegd.
Drie keer raden wat dat met de medewerkers van de afdeling deed. Ze voelden zich opzij gezet en begonnen te muiten. Legden op alle slakken zout en kraakten alle ideeën van de nieuwkomer af, ook de goede. De nieuwe werd daar niet blij van, dat spreekt vanzelf. En ook de teamleider kreeg geen poot meer aan de grond, die vertrouwden ze voor geen cent meer. De resultaten van het team liepen terug, de kritiek van hun opdrachtgevers nam toe.
Redders en magische plekken
Dit is zomaar een voorbeeld uit de praktijk. Een voorbeeld waarin iemand met de beste bedoelingen een organisatie instapt om daar een bijdrage te leveren of een verandering tot stand te brengen, maar al snel merkt dat er fikse weerstand ontstaat. En daar als het tegenzit niet meer uitkomt. Het gaat van kwaad tot erger.
Zo gaat dat soms met redders van buiten. Ze worden dan door de één als heiland omarmd en op een torenhoog voetstuk gezet, en tegelijkertijd door de ander als duivel verketterd en als bron van alle kwaad gezien. En als ze niet oppassen, worden ze er zelf het slachtoffer van.
In het voorbeeld lijkt boven tafel alles zakelijk goed en netjes geregeld. Maar onder tafel speelt zich een heel ander spel af:
- De bijdrage die zittende medewerkers hebben geleverd, wordt opzij geschoven en niet erkend: ‘we doen er kennelijk niet meer toe.’
- De ordening in de organisatie wordt verstoord door zomaar nieuwe functies en rollen te creëren.
- Er worden geheime verbondjes gesloten: ‘je bent formeel een van de medewerkers, maar je wordt eigenlijk één van ons MT’.
- Het management geeft een deel van haar eigen rol uit handen en verliest zo aan vertrouwen.
- Nieuwe mensen komen op een ‘magische plek’ terecht en krijgen bijna bovennatuurlijke eigenschappen toegedicht: ‘jij gaat dit wel fixen’.
- De loyaliteit van medewerkers komt onder druk te staan: ‘ik ken mijn eigen organisatie niet meer terug, het klopt niet meer. Ze zoeken het maar uit’.
Stap uit het hamsterwiel
Zo verdwaal je met elkaar in de organisatie al snel in een raar en ineffectief spel. Een spel waarin je ondanks je goede bedoelingen zomaar van de ene in de andere rol terecht komt: de redder van buiten wordt een dader, het slachtoffer wordt boos en wordt zelf dader, de dader wordt slachtoffer, en ga zo maar door. Echt zo’n hamsterwiel waar je met elkaar maar in rond blijft rennen. Waarin de ander ‘niet okee’ is en jij wel, of andersom. Resultaat: iedereen voelt zich uiteindelijk slecht, er zijn alleen verliezers.
Het is de kunst om uit dat spel te blijven of – als je er toch in verzeild raakt – eruit te stappen. Door het hamsterwiel stil te zetten, samen te onderzoeken wat er nou eigenlijk aan de hand is en vandaar uit verder te gaan. Makkelijker gezegd dan gedaan.
Redder van buiten
Als je van buiten de organisatie komt – of dat nou in een dienstverband is of als externe – is het zaak ervoor te waken dat je niet in de rol terecht komt van de redder, de buitenstaander ‘die het wel even zal regelen’ en zal zorgen dat alles weer op rolletjes loopt. Het helpt daarbij om te letten op de volgende dingen:
- Heldere contractering vooraf, zonder ‘geheime verbondjes’: openheid creëert vertrouwen.
- Niet op een ander z’n stoel gaan zitten, want dat is niet jouw plek en verantwoordelijkheid; wél anderen helpen om goed op hun eigen stoel te gaan zitten en van daaruit te handelen.
- Uitgaan van gelijkwaardigheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid; samen werken aan oplossingen vanuit de basishouding ‘ik okee, jij okee’.
- Altijd alert zijn op onverwachte uitnodigingen om in organisatiespelletjes te stappen. Dat pakt voor niemand goed uit, en uiteindelijk kun je er zomaar zelf het slachtoffer van worden.
Vinger aan de pols houden
Ook ik ben geen heilige. Iedereen laat zich weleens verleiden om zaken aan te pakken die niet bij hem of haar horen, iedereen voelt weleens de neiging om op de stoel van een ander te gaan zitten. Bijvoorbeeld als je wordt gepaaid met complimenten (‘jij doet dat zó goed’), als iemand je hulpeloos aankijkt, of als je ongeduldig wordt omdat het maar niet opschiet. Voor je het weet ren je weer in het hamsterwiel rond.
Soms voel je al vaag aan dat het ergens niet klopt, dat het niet lekker loopt tussen jou en je opdracht. Als je daar zelf de vinger niet goed achter krijgt, werkt het om actief anderen met je mee te laten kijken, bijvoorbeeld door intercollegiaal consult, coaching, intervisie of supervisie. Zo krijg je weer ruimte om te doen wat nodig is en te laten wat niet van jou is.
Terug naar het voorbeeld
Dat ging goed fout bij dat team. Maar gelukkig is het uiteindelijk wel goed gekomen. De nieuwe medewerker had zelf ook veel last van zijn voorrangspositie, van het dwepen van het MT en van het gebrek aan verbinding met collega’s. Hij wilde van zijn te hoge voetstuk af, en ook van het duivelspak dat hem was aangemeten.
Dat ging niet vanzelf. Er was een zetje van buiten voor nodig en pittige gesprekken tussen alle betrokkenen. Dat heeft de lucht geklaard. Ik noem dat gekscherend weleens ‘functioneel ruziemaken’. Met elkaar en wat hulp van buiten hebben ze de cirkel kunnen doorbreken. Ze hebben de zaken uitgepraat en zijn gezond gaan samenwerken. Ze werden ‘best colleagues forever’ en leefden nog lang en gelukkig.