mensenwerk

marjorie@mens-en-werk.net 06 5120 5055 LinkedIn

+ menu

ontwikkeling van mens en organisatie

Elkaar aanspreken op de werkvloer: lastig, toch doen!

26 april 2019

Een goede werkcultuur is een cultuur waarin mensen zichzelf kunnen meebrengen. Voluit aanwezig, waarachtig en aandachtig kunnen zijn. Dat bevordert niet alleen het werkplezier maar heeft ook een positieve invloed op het collectieve resultaat. Dat hebben we met elkaar inmiddels wel door. 

Vaak hebben mensen in organisaties met elkaar prachtige voornemens gemaakt over het gewenste werkklimaat. Die krijgen vervolgens een prominente plek op het intranet. Soms hangen ze zelfs als reminders aan de muur: ‘afspraak is afspraak’, ‘doen wat je zegt en zeggen wat je doet’, ‘iedereen hoort erbij’, ‘fouten maken mag’, ‘wij spreken elkaar aan’. 

Klinkt goed. En toch lijkt het elkaar aanspreken in de praktijk maar niet goed te lukken. Kunnen we het niet? Durven we het niet? Willen we het niet?

Zelfonderzoek

Ik herken ook bij mezelf dat er soms een kloof is tussen hoe ik het zou willen en hoe ik het uiteindelijk doe. Soms vind ik het ronduit berenlastig om iemand aan te spreken maar doe ik het toch, soms ben ik het van plan en doe ik het uiteindelijk toch niet, soms heb ik er helemaal geen moeite mee en gaat het haast vanzelf. 

Hieronder in oplopende graad van moeilijkheid mijn eigen rijtje:

1. Veilige basis

Thuis heb ik  er bijvoorbeeld helemaal geen moeite mee mijn man aan te spreken op zijn rol in onze ‘thuis-bv’: het huishouden, de opvoeding van onze dochters, hoe we de taken verdelen. Dat gaat zonder moeite. Vice versa ook trouwens.

Fluwelen handschoenen hoeven we daar niet bij aan te trekken: we maken van ons hart geen moordkuil en gaan het gesprek aan met elkaar. Soms best pittig, maar dat kunnen we hebben, want de basis voelt veilig. Het gaat er niet om wie gelijk heeft, want de waarheid ligt eigenlijk altijd in het midden.

2. Heldere kaders

Het wordt al wat spannender als ik bijvoorbeeld in een restaurant zit en er iets mankeert aan het eten. Of wanneer iemand in een winkel voordringt. Mijn hartslag wordt dan wel wat hoger, maar ik spreek zo iemand wel aan op de kaders die we min of meer met elkaar delen: in een bord soep horen geen haren, in een salade geen bladluizen (écht meegemaakt!), in een winkel geldt ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’. 

3. Geen heldere kaders, maar wel handelingsruimte

Lastiger wordt het als er geen heldere kaders zijn. Bijvoorbeeld als ik in een restaurant iets heb besteld wat ik veel te zout vind. Of als iemand in de trein een koptelefoon met harde muziek op heeft en ik daar last van heb omdat ik zit te werken. Soms doe ik er wat aan, soms laat ik het er maar bij. Ik ga bijvoorbeeld de volgende keer naar een ander restaurant. 

4. Hoog risico en persoonlijke betrokkenheid

Iemand aanspreken wordt nog moeilijker als ik denk dat er zaken op het spel staan: het mogelijk verlies van een goede werkrelatie, een vriendschap. Of als het om precaire zaken gaat, bijvoorbeeld iemands persoonlijke hygiëne. Dan zit ik soms letterlijk zelf met klotsende oksels en hartslag 2000 voordat ik in actie kom. 

5. Eerdere onaangename ervaringen

Het allerlastigste is het wanneer ik al eerder onaangename ervaringen heb opgedaan met iemand. Ik zit niet op een incident of ruzie te wachten en ga het liefst een blokje om. Soms is dat heel verstandig, soms voel ik me dan toch ook een beetje een lafaard.

Hoe het werkt

Ik ben niet de enige die het soms lastig vindt om iemand aan te spreken. Dat komt door hoe wij als menselijke soort gebakken zijn. Net als iedereen ben ik een sociaal wezen dat het in haar eentje niet redt, die ‘bij de kudde wil horen’. Die daarom ten diepste bang is voor conflicten en verkeerde indrukken en die een ander geen pijn wil doen.

Mijn brein is gericht op overleven en ik word net als iedereen grotendeels emotioneel gedreven. En dat gaat dan ook nog eens onbewust. 

Maar gelukkig heb ik net als iedereen ook bewustzijn en kan ik naar mezelf kijken. Mijn impulsen om te vluchten of te vechten onderdrukken. Mijn emoties voelen en die op waarde schatten.

Met dat bewustzijn kan ik bij mezelf onderzoeken wat er nu echt aan de hand is en waar emoties, overtuigingen en angsten een loopje met me nemen. Ik kan mijn ratio inschakelen en van daaruit actie ondernemen. Oefening baart kunst, ook al is het soms met knikkende knieën. 

Dat geldt niet alleen voor het leven van alledag, in organisaties werkt het op precies dezelfde manier. Ook daar neem je jezelf als mens mee, ook daar gaat het om wat je doet als het spannend wordt. Of je je durft uit te spreken en vanuit gelijkwaardigheid de ander wilt en kunt ontmoeten. Ook als die ander daar niet echt op zit te wachten. Dat vraagt moed.

Elkaar aanspreken lijkt voor sommigen een vrijbrief om bot en direct de ander ‘weleens even de waarheid te vertellen’. Zo werkt het niet. Iemand aanspreken gaat voor de helft over de bereidheid om op tafel leggen wat je op je hart hebt, en voor de andere helft over de bereidheid om te luisteren hoe de ander ertegenaan kijkt. 

Dat vraagt om zelfonthulling van wat je vindt, kwetsbaar en eerlijk, zonder oordeel, oprecht en respectvol. Pas als je dat allebei doet kun je het echte gesprek met elkaar voeren. Zo voorkom je grotere problemen en gedoe. 

Wil je dat mensen in je organisatie elkáár gaan aanspreken op de gedragsafspraken die jullie hebben gemaakt?

Neem contact op