mensenwerk

marjorie@mens-en-werk.net 06 5120 5055 LinkedIn

+ menu

ontwikkeling van mens en organisatie

De vuile was buiten hangen, dat doen we hier niet!

17 mei 2018

Samen met een collega geef ik een workshop organisatieontwikkeling. Een van de deelnemers, Marjolijn, is adviseur HR en organisatieontwikkeling bij een uitvoeringsorganisatie in het noorden van het land. Een vakvrouw met een dijk van een cv. Resultaatgericht en stevig, en tegelijkertijd mensgericht, open en laagdrempelig.

Dat zien we ook in de workshop. Ze weet wat ze hier komt halen en houdt in de gaten dat ze dat ook krijgt. In de groep vertelt ze heel makkelijk en goedlachs over wie ze is, wat haar drijft en wat ze lastig vindt, zowel in haar werk als in haar privéleven. Ze maakt verbinding met iedereen en toont oprechte interesse in de andere deelnemers. Een vrouw met een groot hart.

Stuk voor stuk mensen met liefde voor hun vak, maar…

Marjolijn werkt nog maar kort bij de organisatie. Vol enthousiasme is ze in haar nieuwe rol gestapt. Inmiddels heeft ze een eerste rondje gemaakt langs de verschillende locaties van de organisatie. Om kennis te maken met het management en de medewerkers, en om te horen wat er zoal speelt. Waar lopen ze tegenaan in hun werk, wat zou er naar hun idee beter moeten?

Zo wil ze een beeld krijgen van wat zij vanuit haar functie kan doen om bij te dragen aan de ontwikkeling van de organisatie, van de teams en van de mensen die er werken.

De ontmoetingen op de werkvloer en de aansluitende gesprekken die ze heeft gevoerd, maken veel indruk. Ze ontmoet stuk voor stuk betrokken mensen met liefde voor hun vak.

Wanneer ze mensen in groepsverband spreekt, lijkt alles koek en ei. Ze presenteren zich als ‘one big happy family’. In de vertrouwelijke 1 op 1-gesprekken komen er echter gaandeweg hele andere zaken op tafel.

Een ongemakkelijk gevoel

En nu zit Marjolijn bij ons in de workshop. Terwijl ze vertelt over haar gesprekken op de werkvloer, krijgt ze een kleur. Ze slaat haar ogen neer en gaat zachter praten, zit op haar handen en wiebelt met opgetrokken schouders een beetje op haar stoel heen en weer. We zien opeens een heel andere Marjolijn dan de vrouw die zich aan het begin van de workshop als zo open en toegankelijk heeft laten zien. Wat is er met haar aan de hand?

Marjolijn geeft aan dat ze zich erg ongemakkelijk voelt. “Ik weet dat we aan het begin van de workshop met elkaar hebben afgesproken dat alles wat hier gezegd wordt, hier ook blijft. En toch ben ik op de een of andere manier benauwd dat iets van wat ik hier zeg, terugkomt bij mijn manager. Dat slaat echt nergens op, dat weet ik, maar ik voel me daar echt naar over. Alsof ik iets doe wat niet mag.”

Ze heeft dat ongemakkelijke gevoel niet alleen op dit moment, hier in de workshop, maar zegt dat ze zich de laatste tijd op haar werk soms óók zo ongemakkelijk voelt. “Ik heb een hartstikke leuke baan en een prima werkrelatie met mijn manager, maar merk dat ik wat terughoudender aan het worden ben. Ik durf niet alles wat ik hoor meer open en eerlijk op tafel te leggen. En daar baal ik van.”

Ze kent zichzelf zo niet: dit is zó anders dan ze normaal gesproken doet. Want haar leefregel is: maak van je hart geen moordkuil, bespreek wat je dwars zit zodat je van daaruit samen weer verder kunt.

Voorzichtig leg ik haar voor of dit gevoel van benauwdheid en terughoudendheid misschien niet zozeer iets van haarzelf is, maar een echo is van wat er in de organisatie als geheel speelt. Alsof zij een soort doorgeefluik is van wat er nu eigenlijk écht aan de hand is in de organisatie.

Het blijft even stil. Dan ontspannen haar schouders zich opeens en kijkt ze verrast op. Je ziet de kwartjes bij wijze van spreken vallen. “Je hebt gelijk, dit is precies wat er speelt! Mensen in de organisatie durven zich niet uit te spreken over wat er werkelijk aan de hand is. Ze zijn bang voor negatieve gevolgen als ze hun mond opendoen. Alsof ze bang zijn voor straf.”

De vuile was

En dan vertelt ze over wat ze in haar kennismakingsrondje gehoord heeft. Niet zozeer tijdens de groepsbijeenkomsten, maar in de vertrouwelijke gesprekken. Vooral in de onderlinge verhoudingen is er wat mis. Sterker nog, er is sprake van pestgedrag. Iets om aan te pakken, zou je zeggen. Maar de mensen die haar dit vertellen, drukken haar op het hart om vooral niets te doen met deze informatie. Om haar mond te houden.

Er blijkt nogal wat te spelen. Bij sommige teams heerst het recht van de sterkste. Een paar medewerkers hebben het daar letterlijk en figuurlijk voor het zeggen, het management grijpt niet in. Medewerkers die daar niet in meegaan, hebben dat moeten bezuren: ze worden openlijk en in het geniep gepest.

Een paar voorbeelden. Collega’s die in de OR stappen, worden gezien als verraders die met de baas heulen. Culturele, religieuze en seksuele diversiteit wordt niet getolereerd. Discriminerende opmerkingen in de vorm van ‘grapjes’ vliegen je om de oren. Sommige mensen worden genegeerd alsof ze lucht zijn. Andere mensen worden voorgetrokken.

En als je daar wat aan wilt doen als medewerker trek je aan het kortste eind. “De vuile was buitenhangen, dat doen we hier niet.” En dat leidt tot angst. En angst en lekker aan het werk zijn, verhouden zich echt niet goed tot elkaar. Sterker nog: angst leidt tot slechtere prestaties en het verdwijnen van werkplezier.

Noch het management op de locaties, noch de hoofddirectie ziet de urgentie van dit vraagstuk in. “Je moet tegen een grapje kunnen hier.” Dan kijk je als medewerker wel uit om je nek uit te steken. Je gaat duiken, houdt je mond, kijkt eerst over je schouder voordat je wat durft te zeggen.

Werk aan de winkel

Marjolijn weet genoeg: er is dringend werk aan de winkel. Ze gaat morgen eerst met haar manager in gesprek. Om te delen wat ze tijdens haar rondje langs de velden heeft gehoord. Maar ook om te delen wat ze zelf aan den lijve heeft ervaren over het effect van de nu heersende cultuur: duiken, terughouden, met als gevolg verlies aan werkplezier en suboptimaal presteren. Wat er tijdens de workshop met haar gebeurde, is daarbij tekenend.

Ze wil samen met haar manager bespreken wat ze kunnen doen om het management op de locaties en de hoofddirectie te laten zien dat er wel degelijk een fiks probleem in de organisatie zit. Een probleem waar je niet vanaf komt door te zeggen “dat je maar tegen een grapje moet kunnen”.

Terug naar de workshop. We kijken de kring van deelnemers rond. Iedereen is onder de indruk van wat er zonet is gebeurd. Marjolijn heeft vandaag iets bijzonders geleerd, haar groepsgenoten ook. Wanneer ze zich in de toekomst gaat gedragen op een manier die niet past bij wie ze eigenlijk is, weet ze nu dat dat wellicht iets zegt over wat er daadwerkelijk in de organisatie aan de hand is.

NB: ik hang de vuile was niet buiten – om privacyredenen zijn namen, organisaties en functies in deze blog gefingeerd.

Maak je ook weleens mee dat je jezelf en je eigen reacties niet meer herkent?

Neem contact op